Column

NRC Handelsblad

HomePeter_van_Straaten_Officiele_Website.htmlPeter_van_Straaten_Officiele_Website.htmlshapeimage_2_link_0
NieuwsPeter_van_Straaten_Laatste_Nieuws.htmlPeter_van_Straaten_Laatste_Nieuws.htmlshapeimage_3_link_0
Biografie Peter_van_Straaten_Biografie.htmlPeter_van_Straaten_Biografie.htmlshapeimage_4_link_0
PublicatiesPeter_van_Straaten_Publicaties.htmlPeter_van_Straaten_Publicaties.htmlshapeimage_5_link_0
PersPeter_van_Straaten_Pers.htmlPeter_van_Straaten_Pers.htmlshapeimage_6_link_0
Links & ContactPeter_van_Straaten_Links_%26_Contact.htmlPeter_van_Straaten_Links_%26_Contact.htmlshapeimage_7_link_0
ShopPeter_van_Straaten_Shop.htmlPeter_van_Straaten_Shop.htmlshapeimage_8_link_0
Peter_van_Straaten_Het_dagelijks_leven.html
Peter_van_Straaten_laatste_VN.html
Peter_van_Straaten_Laatste_Nieuws.html
Peter_van_Straaten_Zeurkalender.html





vrijdag 17 februari 2012   Gras


In zijn boek “Hartstochtjes” wijdt Kees van Kooten een hoofdstuk aan Gras Heyen en zijn beroemde uitspraak “De Koningin is een lul en de prinsesjes is ook een lul”. Gras was wat men toen nog aanduidde met de term “kwartaaldrinker.” Af en toe kreeg hij het op zijn heupen en dook de kroeg in, een slemppartij die enige dagen en nachten in beslag nam. Het gebeurde wel dat hij behoefte had aan een drinkmaatje. Dan ging bij mij de telefoon om een uur of elf ’s avonds. Café geluiden, stemmen, rinkelende glazen. En dan na enig zuchten, de stem van Gras. “Petertje. Kom je?” “Waar ben je dan?” vroeg ik. “Ogenblikje, hoor” En tegen de kroegbaas: “Beste man, hoe heet het hier ook maar weer?” “Het Hoekje.” “Waar is dat dan, Gras?” Na enig heen en weer gepraat kreeg ik het adres. En dan kon onze tocht een aanvang nemen. Eerst de kroegen die tot 1 uur open waren, dan naar een 8-2 zaak, vervolgens naar sociëteit de Kring.

Die sloot in die tijd pas om een uur of vier ’s ochtends. Maar nog was het niet gedaan. Op naar café “Het Sterretje”, en vervolgens “Het Volendammertje”,  bij de Blauwbrug. Gras hield het langer vol dan ik, hoewel hij vijftien jaar ouder was. Meestal was ik na zo’n nacht uitgeput, maar Gras kon drie dagen en nachten doorhalen. Het kwam ook wel voor dat ik op een bar in slaap sukkelde.

Gras hechtte aan decorum. “Niet dronken doen” corrigeerde hij soms mijn gedrag.

Dan stonden we ’s ochtends op straat, walmend naar de drank, de ogen knipperend tegen het felle daglicht. Amsterdam was ontwaakt. Er passeerde ons een man met een aktetas, die met grote stappen op weg was. Gras liep een eindje met hem mee en vroeg belangstellend en ook met licht leedvermaak: “U gaat zeker naar uw werk?”